Melpomene . Muze van de tragedie
Een verhaal vol liefde en genegenheid,
van een liefde die niet doven kan
en er altijd zal zijn,
wat er ook gebeuren zal…
Een verhaal waar het onaanvaardbare,
het hartverscheurende
opeens waarheid wordt.
Afscheid nemen en laten gaan…
Een verhaal van liefde over grenzen heen…
We keren een jaar terug in de tijd,
het is koud.
Een groepje mensen staat warm ingeduffeld op het plein,
net zoals ik.
Ik herinner het me alsof het gisteren was.
Iedereen weet wat er gaat gebeuren,
niemand kan het tegenhouden.
Het hangt al een paar maanden boven ons hoofd
en het kwam steeds dichterbij,
tot het opeens die dag
vlak voor ons neus staat
en er niet meer onderuit kunnen.
Mijn ogen zoeken iemand,
iemand van wie het verdriet met niemand te vergelijken valt.
Iemand waarvan ik de pijn meteen zou willen wegnemen
moest ik het kunnen…
en als iemand niet verdiende dit mee te maken
dan was hij het wel…
Ik blijf zoeken tot ik hem opeens zie.
Hij houdt zich sterk…
De stemming is bedrukt, terneergeslagen.
Dan komt er opeens beweging in het gezelschap.
Ze komen eraan, wordt er gefluisterd.
Daar staan ze,
gepakt en gezakt,
klaar om hun vleugels uit te slaan,
de wijde wereld in…
Het verdriet dat ze achterlaten is enorm.
De leegte die ze achterlaten, familie, vrienden.
Wanneer ouders beslissen om te verhuizen,
gaan kinderen mee.
Zo gaat dat eenmaal,
ook al is dat naar de andere kant van de wereld.
Mijn blik blijft rusten op een jongen,
dezelfde jongen van daarstraks…
Maar hij staat niet meer alleen.
Degene van wie hij al een eeuwigheid houdt, staat bij hem…
Degene die straks aan de andere kant van de wereld woont.
Het moment van afscheid nadert,
iedereen voelt het.
Een laatste woord, een laatste knuffel…
Maar de 2 geliefden kunnen niet zonder elkaar,
niet nu, ook niet later…
Ze kunnen elkaar niet loslaten,
tranen rollen over hun wangen,
ze fluisteren tegen elkaar,
ze stralen gewoon liefde uit,
een liefde die niet kan en mag verbroken worden…
Loslaten kan niet, het lukt niet…
Ze houden elkaar zo stevig vast
dat waarschijnlijk niemand hen zou kunnen uit elkaar krijgen…
Maar toch moet het,
het is niet eerlijk.
De tranen blijven komen
en niet alleen bij hen,
ook bij mij en vele anderen.
Iedereen hoopt desondanks dat het maar een droom is,
dat ze straks ontwaken en dat alles weer is zoals voorheen.
Maar dat kan niet.
Langzaam laten de 2 geliefden elkaar los,
een laatste kus,
een laatste blik
en laten ze elkaar zachtjes gaan,
wetende dat hun liefde onverwoestbaar is,
zelfs over de grenzen heen…
Liefde,
het kan uitdoven
zoals het kleine vlammetje van een kaars.
Maar diezelfde liefde
kan sterker en mooier worden dan ooit.
Onverwoestbaar…
Leer leven van dag tot dag,
je wat nooit wat er morgen komt.
En als je het even niet meer ziet zitten,
denk dan aan deze 2 geliefden
en besef
dat je zo sterk bent als je zelf gelooft…
Er blijven in geloven
iedere dag opnieuw
zonder aarzelen
de zekerheid dat
de ander er voor je is
door ruimte en tijd heen…
Het is een gevoel waar je
kracht uit put,
die je de zware dagen
laat doorkomen,
je helpt
bij alles wat je doet,
wat er ook gebeurt
je weet dat er iemand
voor je is,
op je wacht
en op je zal blijven wachten
ook al lijkt het een eeuwigheid,
nooit een einde aan te komen.
Misschien is dat wat je sterkt
in je hart weet,
dat je weer voor elkaar staat
elkaar aankijkend
alsof het de eerste keer is
dat je elkaar ziet
tegelijk alsof er nooit
dat hartverscheurende afscheid
is geweest.
Al wat nu telt
is het hier en nu
de stille belofte
elkaar nooit meer los te laten
wat er ook moge gebeuren…
Iets wat je nooit kon verliezen
voor eeuwig deel van je is
kwam als een prachtig sterretje terug
en fonkelt nu meer dan ooit…
voor altijd…
Gedachtevlinder
Tussen niet kunnen spreken en niet kunnen zwijgen… Iets wat me de laatste tijd vaak overkomt. Komt wat merkwaardig over…
In je hoofd spoken allerhande gedachten rond die nooit het einde van hun bereik kennen. Net voor ze tot rust komen worden ze opnieuw gevangen om weer in het ijle te worden rondgestrooid, steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw. De bodem is echter onbereikbaar. Onvermoeibaar blijven ze doorgaan. Waar ze de energie vandaan halen weet niemand. Vruchteloos laat je ze een uitweg zoeken, weg van jezelf. Maar om één of andere reden hou je ze toch liever opgesloten. Nu toch nog. Want één ding ben je zeker, hier zijn ze veilig. De buitenwereld is een vreemde, oncontroleerbare plek. Wat gebeurt er met jouw flinterdunne, ronddansende hersenspinsels. Worden ze groter? Worden ze doodgezwegen, bestaan ze niet? Of worden ze een dreigende werkelijkheid?
En toch.. je sprekende ik laat zich niet overtuigen, opent zich als vanzelf om ze te laten ontsnappen, misschien één of twee ongevaarlijke gedachtevlinders die geen schade lijken aan te brengen. Maar verder ga je niet. De poort sluit zich weer, het doek valt. Einde van de voorstelling, de voorstelling die bekeken wordt door die grote buitenwerld. Is de toeschouwer er klaar voor? Is de regisseur er klaar voor? Of is dit slechts een generale repetitie?
Lieve gedachtevlinder, blijf nog even bij mij. Samen zullen we vliegen, heerlijk vrij, maar wacht je vleugels af…
Pour toujours
Liam stelde haar alweer teleur. Een mooie, naïeve belofte. Een droom. Meer niet. Waarom had hij haar ooit dit laten geloven? Ze had moeten vertrouwen op wat zij wist. Ach.. De belofte was net zo leuk geweest om te geloven, zo hemels. Ze wist best dat wat ooit was, een einde zou kennen. Is het moment nu aangekomen om naar een volgend hoofdstuk te gaan in het verhaal van haar leven, haar kleine levenshoofdstuk?
Een academische start
Met woorden slaan ze je om de oren, vage planningen die niet eens voor jou zijn weggelegd. Een amper te horen stem in de verte probeert orde te scheppen in een te voorspellen chaos. Een uur lang overladen ze je met praktische beslommeringen, veranderingen in schema’s, uitzonderingen die je allemaal hoort te onthouden. Frustratie borrelt langzaam op en verspreidt zich over je hele lichaam. Braaf blijft iedereen schijnbaar luisteren terwijl de luistermodus al gauw werd uitgeschakeld. Het ontbrekende kernwoord is hier duidelijk: ‘Organisatie!’ of ‘Duidelijkheid!’ Beiden zijn ver te zoeken. In plaats van antwoorden krijg je nog meer vragen. Niets wat je nog niet gewoon was na twee jaar in deze hogeschool. Hoe raak je gefrustreerd in 10 stappen? Sla de vorige 9 over en ga naar je eerste schooldag! Dag nieuw academisch jaar!
(ver)Draai(d)!
Een opendeurdag wekt steeds een specifieke sfeer op: verwachting, perfectionisme en fierheid. Toen ik gisteren de dansschool binnenstapte, hingen ze alle drie keurig in de lucht. Bekende (en onbekende) mensen zorgden dat er een gezellige, warme drukte was.
Samen met Jakob baan ik me een weg door de massa. Het spektakel kan beginnen. De ene demonstratie wordt opgevolgd door de andere: salsa, samba, rumba, de wereldkampioenen in discoformatie (!), etc. Als een film gaat alles aan me voorbij. Ik kan er uren gedachteloos naar kijken. Of toch bijna gedachteloos. Een klein basis stijldansen werd me vroeger aangeleerd in dezelfde dansschool. (Mag ik er wel bij vermelden dat dit vóór de hele stijldanshype was door programma’s als ’Sterren op de dansvloer’. Ik was dus niet één van die velen die enkel een rage volgde om dit na een paar weken weer te vervangen door een andere ‘veelbetekende’ rage.)
Als ik even de kans krijg, probeer ik Tim één van m’n befaamde dans-met-me-glimlachen toe te werpen om hem te overtuigen mij deze dans te gunnen, dit met wisselend succes. Ik kan nu uitweiden over het ‘nogal’ grote niveauverschil dat bestaat tussen mij en Tim (meervoudig Belgisch kampioen in de Latin formation, verklaart misschien het een en het ander) maar liever sla ik dit over. Het dansplezier primeert en ondertussen benut ik optimaal alle kansen die me te beurt vallen om bij te leren. Tim had die avond echter andere prioriteiten waardoor we slechts een glimp van hem opvingen en ik Jakob een korte intro kon geven in verschillende dansen, zij het wel heel minimalistisch. Vooral de cha cha cha kon rekenen op onze grote interesse. Interessant detail: Jakob koos voor de vrouwenpassen (kan hij later nog toepassen in ander gezelschap – Tip: denk aan mijn vorige post) waardoor ikzelf de mannenpassen voor mijn rekening nam. Aangezien ik doorgaans geleid word en ik dit plots voor mijn rekening moest nemen, liep het niet allemaal van een leien dakje. Het eindresultaat echter mag er best wezen. Behalve die ene draai, die door mijn ontbrekende leidende ervaring, er maar vreemd uit blijft zien. Zo lang we maar op een min of meer elegante manier gedraaid raken, denk ik dan.
Tim kwam die avond niet meer opdagen. Jakob en ik maakten een paar identiteitscrisissen mee – Wie is nu de man als hij de vrouwenpassen doet? En wie ben ik dan? – maar we genoten vooral van een verdraaid deugddoende avond.
Lieslinde
PS: Morgen: de start van het nieuwe academiejaar.. Benieuwd wat dat wordt.
Een witte riem
Dat kerken leeglopen is algemeen geweten. Een jeugdig publiek (waarmee ik bedoel 18 tot stel 25-jarigen) in een kerk aantreffen is bijna even moeilijk als Wally vinden op die grote plaat met onnoemelijk veel op elkaar lijkende mannetjes. Hier en daar vind je nog een lagerschoolkind of een tegenstribbelende met een wat-doe-ik-hier-in-hemelsnaam-blik kijkende tiener die braafjes naast hun ouders zitten. Ja, ja, de tijden van overvolle kerken vol met geïndoctrineerde parochianen is duidelijk voorbij.
Laten we met zijn allen een opgeluchte zucht slaken. ‘Verplichten’ heeft nog nooit gezond geklonken en helemaal niet als dit in de context ‘geloven’ valt. Geloven zit in iedere mens, maar iedereen uit het op een verschillende manier. En na eeuwenlang een bestraffende God over ons heen te krijgen, die ieder kleine misstap met een vergrootglas bekeek en je daarna een leuke penitentie gaf als toemaatje, dan heb je het wel gehad. Misschien moeten we dit middeleeuwse beeld ‘ns overboord gooien en dan snap je misschien wat beter wat sommige mensen spontaan in een kerkgebouw op zondagmorgen komen zoeken. (Hoe je ‘God’ in deze hoogtechnologische wereld wel kan invullen, daar mag je zelf even over denken. Mijn idee komt later wel. Het zou me nu te ver afleiden van hetgeen ik je wél wil melden.)
Deze morgen kwam ik al hollend de kerk binnen. Hoewel het amper twee minuten lopen is tot het kerkgebouw, slaag ik er telkens in om net dat ietsje te laat te komen om het startsein te missen. Vooraan staat iemand te zingen terwijl hij er vrolijk op los zwaait – ik onderdruk de drang om terug te zwaaien. Doorgaans zing ik vrolijk mee. Door de omstandigheden ging me het deze keer minder goed af. Het nahijgen snoerde me de mond, of net niet. De fanatieke zwaaier is een niet onknappe jongen die ik al een keertje eerder had gezien en die me toen ook was opgevallen. (Willen of niet, jeugd in een kerk valt op, je hoeft er niet eens voor te zwaaien.) Toen had hij er heel gewoon, goed uitziend, stijlvol gekleed zonder opvallendheden en elegant uitgezien. Deze morgen echter… kreeg ik een heel andere indruk.
Dag leuk uitziende jongen… met een witte riem … en witte schoenen… en veel ringen aan je hand… en opvallend smaakvol gekleed… je elegant voortbewegend. Wat ik voor een keer niet onmiddellijk had opgemerkt, was weldegelijk aanwezig. Zonder twijfel! Je paste perfect in het plaatje, mijn plaatje.
Het is een aantrekkingskracht, noem het een gave. Hoe ik het doe, ik weet het niet, maar het gebeurt telkens opnieuw. Het is geen zoektocht, althans geen bewuste, het overkomt me. Ik ontmoet ze voor ik er erg in heb, zonder spijt. Niet iedereen is even enthousiast over mijn leefwereld, maar dat hoeft ook niet. J’adore la vie. J’adore ma vie.
Bonjour homme gai !
Lieslinde
Wanneer je zoekt naar het begin, lijkt hij op slag spoorloos verdwenen. Misschien loop je hem gewoon voorbij zonder dat je er erg in hebt en zie je pas later in dat het een begin was.
Dit is met stellige zekerheid een begin. Ik moet enkel nog uitzoeken waarvan…
Er is het nieuwe schooljaar (maar nog niet voor mij van toepassing. Ik geniet nog even van een zich verderzettende vakantie.) Eén miljoen kinderen trekken weer naar de schoolbanken. Er zit toekomst in de opleiding die ik nu al twee jaar volg en dat kan ik enkel toejuichen!
Er is het begin van een nieuw werkjaar. De laatste restjes vakantie worden bij de herinneringen gevoegd en langzaam hervalt alles in zijn oude routine waarbij ik toch de ijdele hoop koester dat er kans is tot innoveren. Zo kan je bijvoorbeeld ieder jaar opnieuw dezelfde lessen geven (om het nu toe te passen op onderwijsgebied) maar daarmee verdwijnt ook de uitdaging. Ik zou het in ieder geval niet kunnen verdragen.
Er is het begin van een nieuwe week en wie weet ziet je leven er op het einde van die week er volledig anders uit.
Maar waarom zo lang wachten? Iedere dag is een nieuw begin. Zeker weten! Je opent ‘s mogens je ogen, kijkt even rond, glimlacht en omhelst de nieuwe, onbekende dag.
Maar is dit alles… neen, deze keer niet. Dit is ook het begin van Lieslinde.
Weet dat je welkom bent!

